Bestuurs­vraag: Vissterfte polderpark Crone­steyn


Indiendatum: 31 aug. 2021

Context

De heer Van der Kaap vraagt aandacht voor de volgende situatie: In Polderpark Cronesteyn zijn tientallen dode karpers aangetroffen. Het lijkt erop dat alleen karpers slachtoffer van deze sterfte zijn. Daarnaast is de waterkwaliteit op veel plaatsen zorgwekkend te noemen, het water is over het algemeen bijzonder troebel en waterplanten zijn op veel plekken vrijwel helemaal verdwenen.

Rivierkreeften zijn wel in een uitbundige hoeveelheid aanwezig en dat lijkt ook te maken te hebben met de oeverbegroeiing, die op een aantal plaatsen uit woekerende braamstruiken bestaat. Deze struiken hangen over de oevers, waardoor er beschutting en bescherming voor rivierkreeften wordt gecreëerd en predatie wordt bemoeilijkt. Rietkragen zijn verdwenen, evenals andere beplanting die juist voor natuurvriendelijke oevers van belang zijn

Vraag

De heer Van der Kaap stelt op basis van bovenstaande context de volgende vragen:

  1. Is het college bereid om een onderzoek in te stellen naar de opgetreden vissterfte?
  2. Kunnen er maatregelen genomen worden om verdere verspreiding van deze sterfte tegen te gaan?
  3. Is het college bereid om in overleg te treden met de gemeente Leiden om tot gezamenlijke maatregelen te komen om de waterkwaliteit te verbeteren, aangezien de oeverbegroeiing een rol lijkt te spelen en deze begroeiing onder de verantwoordelijkheid van Leiden valt.
  4. Kan er een pilot worden opgestart om maatregelen te onderzoeken die voor een versteviging van het ecosysteem kunnen zorgen, zodat de aanwas van rivierkreeften teruggedrongen kan worden?
  5. Kunnen er in overleg met de gemeente Leiden op korte termijn meer oevers natuurvriendelijk worden ingericht?

Indiendatum: 31 aug. 2021
Antwoorddatum: 13 sep. 2021

Context

De heer Van der Kaap vraagt aandacht voor de volgende situatie: In Polderpark Cronesteyn zijn tientallen dode karpers aangetroffen. Het lijkt erop dat alleen karpers slachtoffer van deze sterfte zijn. Daarnaast is de waterkwaliteit op veel plaatsen zorgwekkend te noemen, het water is over het algemeen bijzonder troebel en waterplanten zijn op veel plekken vrijwel helemaal verdwenen.

Rivierkreeften zijn wel in een uitbundige hoeveelheid aanwezig en dat lijkt ook te maken te hebben met de oeverbegroeiing, die op een aantal plaatsen uit woekerende braamstruiken bestaat. Deze struiken hangen over de oevers, waardoor er beschutting en bescherming voor rivierkreeften wordt gecreëerd en predatie wordt bemoeilijkt. Rietkragen zijn verdwenen, evenals andere beplanting die juist voor natuurvriendelijke oevers van belang zijn

Vraag

De heer Van der Kaap stelt op basis van bovenstaande context de volgende vragen:

  1. Is het college bereid om een onderzoek in te stellen naar de opgetreden vissterfte?
  2. Kunnen er maatregelen genomen worden om verdere verspreiding van deze sterfte tegen te gaan?
  3. Is het college bereid om in overleg te treden met de gemeente Leiden om tot gezamenlijke maatregelen te komen om de waterkwaliteit te verbeteren, aangezien de oeverbegroeiing een rol lijkt te spelen en deze begroeiing onder de verantwoordelijkheid van Leiden valt.
  4. Kan er een pilot worden opgestart om maatregelen te onderzoeken die voor een versteviging van het ecosysteem kunnen zorgen, zodat de aanwas van rivierkreeften teruggedrongen kan worden?
  5. Kunnen er in overleg met de gemeente Leiden op korte termijn meer oevers natuurvriendelijk worden ingericht?

Antwoord

Antwoord op vraag 1)

Met de ontvangst van de melding(en) van deze vissterfte op 31 augustus 2021 is Rijnland direct gestart met een onderzoek naar de mogelijke oorzaak. Tegelijkertijd is de hoeveelheid inlaat water vanuit het boezemkanaal De Vliet verdubbeld om zo de polder door te spoelen en het water te verversen.

Op 31 augustus en ook enkele dagen later zijn zuurstofmetingen op diverse plaatsen (en tijdstippen) in het polderpark uitgevoerd. Er zijn op die momenten geen acute zuurstoftekorten geconstateerd. Wel zijn de waargenomen zuurstofgehalten lager dan de waarden die men (dag gemiddeld) mag verwachten indien er sprake is van verzadiging, nl. ca. 9mg/l.

In het veld zijn geen andere zaken waargenomen die een mogelijke directe oorzaak van de vissterfte zouden kunnen zijn (bijvoorbeeld vergiftiging, riooloverstorten, onderhoudswerk watergangen, algenbloei of kroosdekken, ..). Ook zijn geen naar lucht happende vissen (vissoorten en lengteklassen) in het veld waargenomen.

Omdat bij deze sterfte uitsluitend de vissoort karper is betrokken, ontstond de idee dat de oorzaak mogelijk lag in een besmetting met een karper virus. Virologisch onderzoek is mogelijk door het aanleveren van nog levende vissen aan het vis-, schaal-, en schelpdierziektenlaboratorium van Wageningen Bioveterinary Research te Lelystad. Daartoe heeft op 2 september 2021 Visserij Service Nederland in opdracht van Rijnland twee karpers gevangen en levend afgeleverd bij het genoemde laboratorium voor nader onderzoek.

Op 9 september is de uitkomst van het onderzoek ontvangen; citaat: “De diagnose is niet gesteld kunnen worden. In de ingezonden karpers werd geen van de te verwachten virussen KHV en CEV aangetoond, noch een bacteriële of parasitaire infectie die de sterfte kan verklaren. Er is geen verdenking op botulisme, aangezien de andere vissoorten niet dood gingen. Ook vergiftiging is daarmee onwaarschijnlijk. Zuurstofloosheid zal wel op de grootste vissen het eerst effect gehad hebben. Verder is het mogelijk, dat er al weken geleden een virusuitbraak (door KHV of CEV) was en deze is uitgedoofd. De vissen die WBVR onderzocht zagen er goed uit, kunnen overlevende vissen zijn van een dergelijk inmiddels uitgedoofde virusinfectie.”

Rijnland concludeert hieruit dat de oorzaak van de vissterfte niet duidelijk is aan te wijzen. Een tijdelijk zuurstoftekort kan niet worden uitgesloten evenals een eerdere (karper)virusuitbraak. In beide gevallen heeft dit het bestand van karper geraakt.

De gemeente Leiden heeft tot 8 september in totaal 125 stuks karper geruimd.

Antwoord op vraag 2)

Hoewel een duidelijke oorzaak niet is aangetoond, is het zinvol kennis te namen van het volgende.

Visvirussen zijn onderdeel van het leefmilieu van de vis. Indien vispopulaties in een goede conditie zijn, dan is er meestal sprake van voldoende afweer. Als gevolg van stress-factoren (bijvoorbeeld winterperiode, milieu omstandigheden, kwaliteit van het ecosysteem) kan er een verhoogde kwetsbaarheid optreden voor allerhande visziekten (waaronder bacteriologische of virale ziekten).

In de casus Cronesteyn is door partijen een directe relatie gelegd tussen de aanwezigheid van exotische rivierkreeften en de vissterfte. Een dergelijke directe relatie is echter niet bekend uit literatuur of praktijk. Wél is er sprake van een weinig gevarieerde en weinig robuust ecosysteem waardoor ook de visstand eenzijdig is. Dat kan leiden tot een verlaagde natuurlijke weerstand tegen visziekten.

Exotische rivierkreeften spelen in de terugval van het ecosysteem duidelijk wél een rol.

In samenhang beantwoorde vragen 3 – 5)

Rijnland werk sinds jaar en dag prettig samen met de gemeente Leiden. Sinds dit voorjaar zijn we in gesprek met de gemeente Leiden over het nemen van maatregelen om de aanwezigheid (en daarmee de effecten op het ecosysteem) van exotische rivierkreeften binnen en buiten Leiden te beteugelen. Dit vraagt om een brede en integrale aanpak. Gedacht wordt onder meer aan het realiseren en herstellen van natuurlijk begroeide oevers. Deze oevers bieden naast stabiliteit (oeverafkalving en belemmering graafactiviteiten door rivierkreeften) vooral ook levensruimte voor een meer gevarieerde waterfauna. Vissoorten als snoek en baars zouden in grotere aantallen kunnen gaan voorkomen en daarmee rivierkreeften prederen. We nemen in dit overleg polderpark Cronesteyn mee als een mogelijke pilot locatie binnen de gemeente. Daarbij kunnen we ook de lokale aanwezige kennis over de aanwezigheid van de rivierkreeften in het park betrekken.

Het watersysteem van het polderpark Cronesteyn heeft alle kenmerken van een voedselrijk en ecologisch weinig gevarieerd watersysteem; troebel, relatief ondiep, ontbreken van ondergedoken waterplanten met enkele bedden drijfbladplanten. Een aanzienlijk deel van de oevers ogen natuurlijk begroeid maar lokaal is er ook duidelijk sprake van steil kanten / afkalving. Het polderpark biedt, gelet op de historie, de ligging, het gebruik en betrokken partijen, kansen om te werken aan verbetering van de waterkwaliteit. We staan open voor gesprek met de gemeente en betrokkenen om gezamenlijk verbetermogelijkheden te verkennen.