Bestuurs­vraag: Vervuiling door riool­over­stort


Indiendatum: 17 feb. 2020

Context

De heer van der Kaap van de Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen gesteld:

Vraag

De zwemwaterkwaliteit is langs de Zuid-Hollandse kust in principe goed op orde. Een belangrijk aandachtspunt is het tijdelijk effect van hevige regenval op plekken waar riooloverstorten op zee uitmonden.

Mijn collega in de Provinciale Staten stelde daarom de volgende vraag:

‘In het document zoals het destijds in provinciale staten is vastgesteld, was al aangegeven dat de waterkwaliteit langs de kust negatief wordt beïnvloed als gevolg van het tijdelijke effect van hevige regenval op de plekken waar riooloverstorten op het zeewater uitkomen. Bij deze piekbuien treed vervuiling op. Kan gedeputeerde aangeven, wat de vorderingen zijn voor het oplossen van vervuiling door riooloverstort tijdens piekbuien (die als gevolg van klimaatverandering vaker gaan optreden) en, als er geen vorderingen hebben plaatsgevonden, wat is er volgens gedeputeerde nodig om hiervoor tot een oplossing te komen?’

Hierop werd geantwoord dat riooloverstorten een bevoegdheid van de waterschappen zijn. Rijnland is gebiedspartner bij de Strategische agenda Kust Zuid-Holland, daarom wil ik de volgende vragen stellen.

- Is het college op de hoogte van deze problematiek?

  • Zo ja, op welke wijze wordt de vervuiling door overstort bestreden?
  • Welke maatregelen denkt het college te gaan nemen om deze vervuiling verder tegen te gaan, dan wel te voorkomen?

Indiendatum: 17 feb. 2020
Antwoorddatum: 17 mrt. 2020

Context

De heer van der Kaap van de Partij voor de Dieren heeft de volgende vragen gesteld:

Vraag

De zwemwaterkwaliteit is langs de Zuid-Hollandse kust in principe goed op orde. Een belangrijk aandachtspunt is het tijdelijk effect van hevige regenval op plekken waar riooloverstorten op zee uitmonden.

Mijn collega in de Provinciale Staten stelde daarom de volgende vraag:

‘In het document zoals het destijds in provinciale staten is vastgesteld, was al aangegeven dat de waterkwaliteit langs de kust negatief wordt beïnvloed als gevolg van het tijdelijke effect van hevige regenval op de plekken waar riooloverstorten op het zeewater uitkomen. Bij deze piekbuien treed vervuiling op. Kan gedeputeerde aangeven, wat de vorderingen zijn voor het oplossen van vervuiling door riooloverstort tijdens piekbuien (die als gevolg van klimaatverandering vaker gaan optreden) en, als er geen vorderingen hebben plaatsgevonden, wat is er volgens gedeputeerde nodig om hiervoor tot een oplossing te komen?’

Hierop werd geantwoord dat riooloverstorten een bevoegdheid van de waterschappen zijn. Rijnland is gebiedspartner bij de Strategische agenda Kust Zuid-Holland, daarom wil ik de volgende vragen stellen.

- Is het college op de hoogte van deze problematiek?

  • Zo ja, op welke wijze wordt de vervuiling door overstort bestreden?
  • Welke maatregelen denkt het college te gaan nemen om deze vervuiling verder tegen te gaan, dan wel te voorkomen?

Antwoord

Het is bekend dat incidenteel sprake is van verhoogde fecale verontreiniging voor de kust. Overigens is in het gebied van Rijnland voor zover bekend geen sprake van riooloverstorten direct op de Noordzee. Wel is geconstateerd dat het Uitwateringskanaal, waarvan het water bij het Koning Willem-Alexander gemaal op zee wordt uitgemalen, na hevige neerslag verhoogde concentraties fecale verontreiniging bevat.

Een aantal jaren geleden (2008) is in samenwerking met Rijkswaterstaat, de provincie Zuid- Holland en de gemeente Katwijk een onderzoek gedaan naar de herkomst van de fecale verontreiniging van het Uitwateringskanaal en de mogelijke maatregelen ter vermindering hiervan. Als belangrijkste bronnen werden aangewezen de rioolwaterzuiveringsinstallaties (ongeveer de helft), riooloverstorten uit Katwijk (ongeveer een kwart), andere awzi’s, riooloverstorten uit andere gemeenten, jachthavens en verontreiniging van honden en vogels via direct afstromend hemelwater. De verhouding wordt ook bepaald door de duur en de intensiteit van de neerslag.

De vervuiling van riooloverstorten is de afgelopen jaren teruggedrongen door maatregelen in het kader van de basisinspanning en het waterkwaliteitsspoor. De gemeente Katwijk heeft, met een bijdrage van Rijnland, verhard oppervlak van de riolering afgekoppeld om de overstorten te verminderen. Omdat het water van de oude Rijn het overstortwater uit een groot gebied ontvangt is het niet op korte termijn mogelijk deze bron helemaal weg te nemen. Dit geldt ook voor het effluent van de verschillende awzi’s die op de Oude Rijn lozen. Het effluent van de awzi’s wordt nu niet gedesinfecteerd. In 2010 is een onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van desinfectie van effluent op awzi Katwijk. Alleen voor deze installatie werden de kosten hiervoor, afhankelijk van de gekozen techniek, geraamd op ca. € 800.000,- tot € 2.500.000,- voor de investering, en ca. € 50.000,- tot € 170.000,- per jaar voor de exploitatie. Omdat de verontreiniging uit verschillende bronnen kwam, en zwemwaterkwaliteit wordt beoordeeld op basis van piekconcentraties, kon ook met deze investering geen garantie gegeven worden dat de zwemwaterkwaliteit altijd voldoende zou zijn.

Omdat het probleem zich slechts incidenteel voordoet is een waarschuwingssysteem opgezet. Na hevige neerslag met als gevolg overstort van de riolering en inzet van gemaal Katwijk stroomt het verontreinigde oppervlaktewater in zee waardoor de zwemlocatie Katwijk strand wordt beïnvloed door (verdund) rioolwater. Hierna kan het enkele dagen duren voor het verontreinigde zeewater is weggespoeld. Om zwemmers tijdig te waarschuwen voor verontreinigd zwemwater wordt de provincie Zuid-Holland (Omgevingsdienst ODMH) geïnformeerd door middel van een automatisch bericht uit het Rijnlandse BOSBO-systeem, een systeem voor het operationeel peilbeheer.

Mede vanwege het belang dat de gemeente Katwijk hecht aan de zwemwaterkwaliteit, is in de strategische samenwerkingsagenda, die is opgesteld in samenwerking met gemeente Katwijk en Dunea, afgesproken nader onderzoek naar de waterkwaliteit rond Katwijk te doen. De eerste stap daarin is een analyse van de eerdere onderzoeken om te beoordelen of de destijds getrokken conclusies nog geldig zijn, of dat aanvullend onderzoek nodig is. Vervolgens zal worden gekeken of er nog doelmatige aanvullende maatregelen te nemen zijn.