Jaar­verslag


28 februari 2016

Jaarverslag 2015 fractie Partij voor de Dieren voor het Hoogheemraadschap van Rijnland

Ramona Bleyie, Judith Boomsma, Harbert van der Kaap

10-1-2016

Voorwoord

In maart 2015 vonden de verkiezingen van de waterschappen en Provinciale Staten plaats. Tot onze grote vreugde kreeg de Partij voor de Dieren twee zetels in het waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland. Vol enthousiasme en motivatie begonnen wij aan onze taak als nieuwe bestuurder. Dit vonden wij overigens wel behoorlijk pittig, aangezien we geen enkele bestuurservaring hadden.

Gelukkig hebben wij in de afgelopen periode een hoop ervaring opgedaan en kregen we hulp van de vorige bestuurder, de partij zelf, de ondersteuning van Rijnland en van het vorige commissielid. Ook had Harbert van der Kaap zich als vrijwilliger aangemeld. Hij is intussen burger commissielid en woont alle commissie vergaderingen bij van ‘Voldoende Water.’

Wij hopen dat onze kiezers tevreden zijn over het werk wat wij tot nu toe verricht hebben. Wat ons betreft mag een en ander wel sneller gerealiseerd worden, maar wij beseffen ook dat Keulen en Aken niet op één dag gebouwd zijn en dat het vaak lang duurt voordat bepaalde zaken doorgevoerd worden. Wij blijven ons daarom met hart en ziel inzetten voor een beter milieu, natuur en dierenwelzijn.

Ramona Bleyie, Judith Boomsma en Harbert van der Kaap

Inhoudsopgave

Voorwoord. 1

Hoofdstuk 1 Doelstelling. 3

Hoofdstuk 2 Bestuursvragen. 5

2.1 Bestuursvraag, 2 februari 2015, muskusratten. 5

2.2 Bestuursvraag, 22 augustus 2015, gemaal Oostvliet, Hof en Spekpolder. 6

2.3 Bestuursvraag, 29 augustus 2015, Participatiewet. 6

2.4 Bestuursvragen, 28 september 2015, inzet drones diervriendelijk muskusrattenbeheer. 6

2.5 Bestuursvragen, 28 september 2015, loodverlies door sportvissers. 6

2.6 Bestuursvraag, 24 december 2015, organofosforverbinding. 7

Hoofdstuk 3 Project Schoon Water. 8

Hoofdstuk 4 Kaderrichtlijn Water. 8

Hoofdstuk 5 Muskusratten. 9

Hoofdstuk 6 WBP 5. 10

Hoofdstuk 1 Doelstelling

Doelstelling Hoogheemraadschap Rijnland

Droge voeten, schoon water. Dat is de slogan van het Hoogheemraadschap van Rijnland, het oudste waterschap van Nederland. Als sinds de 13e eeuw bieden hoogheemraden bescherming tegen de zee en overstromingen. De taken werden later uitgebreid met zorgen voor een goede waterstand in polders en stedelijke gebieden, schoon en gezond water in plassen, grachten en sloten en het zuiveren van afvalwater van alle huishoudens en bedrijven het werkgebied. Dat werkgebied ligt tussen Den Haag, Gouda, Amsterdam en Velsen.

Doelstelling Partij voor de Dieren

Het is moreel onacceptabel dat de mens de natuur zo intensief exploiteert dat hierdoor de leefomstandigheden op aarde dramatisch veranderen en de biotoop van de mens zelf en van andere levensvormen verslechtert, kleiner wordt of zelfs verdwijnt. Toekomstige generaties zullen met de gevolgen hiervan nog meer geconfronteerd worden dan de huidige generatie. Het is daarom van groot belang dat de mens zichzelf aanzienlijke ecologische beperkingen oplegt. Die dienen gericht te zijn op het reduceren van het gebruik van ruimte, grondstoffen, energie, planten en dieren.

In het Handvest van de Aarde, voortgekomen uit een initiatief van de Verenigde Naties in 1987 (United Nations World Commission on Environment and Development: www.earthcharter.org), dat door tal van natuur- en milieuorganisaties als uitgangspunt wordt gehanteerd, wordt deze doelstelling nader uitgewerkt. De bescherming van de 'levensvatbaarheid, diversiteit en schoonheid van de aarde' wordt in dit handvest als een 'heilige taak' van de mensheid opgevat. In artikel 15 worden respect en mededogen in de omgang met dieren als een aparte doelstelling geformuleerd. Wreedheden tegen door de mens gehouden dieren moeten worden voorkomen en jacht- en vismethoden die 'extreem, langdurig of onnodig lijden veroorzaken', dienen te worden verboden.

Het Handvest is sterk gericht op het duurzame gebruik van de natuur door de mens. Weliswaar wordt ook aan andere levensvormen dan de mens een eigen waarde toegekend en worden respect en mededogen in de omgang met dieren voorgeschreven, maar aan het doel van het gebruik van dieren worden geen expliciete beperkingen gesteld.

Waterkwaliteit is van het allergrootste belang voor het welzijn van dieren onder water en van dieren die van het water afhankelijk zijn. In voedselrijk water is de conditie van vissen slecht. De biodiversiteit vermindert door dominantie van een klein aantal soorten. Kroos en algengroei zijn de belangrijkste zichtbare kenmerken van voedselrijk water. Kleine waterdieren (watervlooien, macrofauna) staan onder grote druk, en verminderden in aantallen, door hoge norm overschrijdende concentraties van bestrijdingsmiddelen. Ook vissen hebben er last van. De belangrijkste wet om de waterkwaliteit te verbeteren is de Kaderrichtlijn Water. De eerste wet, die ecologie pregnant op de voorgrond plaatst.

Waar richt de PvdD fractie zich op?

In de uitvoering van onze taak als bestuurder van Rijnland hebben wij ons met name gericht op de volgende onderwerpen:

- Het committeren van Rijnland aan de doelstellingen van de Kaderrichtlijn water;

- Meer aandacht voor dierenwelzijn in reguliere werkzaamheden van Rijnland;

- Diervriendelijk muskusrattenbeheer bij keringenbescherming;

- Bronmaatregelen om de concentratie van bestrijdingsmiddelen in oppervlakte- en grondwater te doen dalen;

- Focus verleggen in het bestuur van financieel gewin op korte termijn naar verduurzaming op lange termijn.

Hoofdstuk 2 Bestuursvragen

Omdat wij als nieuwe bestuurders nog niet helemaal van alle projecten of zaken die met het werk van het waterschap te maken hebben op de hoogte waren/zijn, hebben wij een aantal bestuursvragen gesteld, zodat wij meer kennis konden vergaren om ons werk beter te kunnen doen.

2.1 Bestuursvraag, 2 februari 2015, muskusratten

Inleiding: in de memo ‘Resultaten pilot preventieve maatregelen muskusratten in polder Oudendijk’ d.d. 1 augustus 2014, is vermeld dat vier proefopstellingen gerealiseerd zijn om te bezien of preventieve maatregelen genomen kunnen worden genomen tegen muskus- en beverratten.

“Uit de proef kan worden opgemaakt dat het wapeningsgaas op de kering technisch haalbaar is en kostentechnisch het beste scoort. Kostenbesparingen zijn uiteraard ook mogelijk als de preventieve maatregelen op grote schaal worden uitgevoerd én worden geïntegreerd bij dijkversterking. Mogelijk is hier nog een kostenvoordeel van 25% op te behalen.”

Vraag 1: is het college bereid om (zoals afgesproken tijdens de gesprekken voor het coalitieakkoord en zoals vermeld in de sideletter) deze preventieve maatregel uit te voeren?

“Hoogheemraadschap van Rijnland heeft met de pilot in Oudendijk een eerste stap gezet in de analyse van de kosten en technische haalbaarheid van preventieve maatregelen tegen bever- en muskusratten. Het wordt aanbevolen om deze memo aan te bieden aan de Unie van Waterschappen, zodat deze kennis kan worden verspreid en kan worden gedeeld.”

Vraag 2: is dit gebeurd?

“Doordat de preventieve maatregelen gelijktijdig met de kadewerkzaamheden zijn uitgevoerd is er werk met werk gemaakt. Door de maatregelen op grote schaal uit te voeren is er mogelijk nog een verdere kostenreductie mogelijk.”

De jaarlijkse kosten voor Rijnland ad € 2.149,067 voor de muskusrattenbestrijding zullen veel minder worden en op termijn verdwijnen indien de preventieve maatregelen ingevoerd gaan worden. Daarvoor in de plaats zullen onderhoudskosten aan de kering komen, echter, deze kosten zouden sowieso al gemaakt moeten worden. Er kan dus werk met werk gecombineerd worden. De kosten die nu gemaakt zouden worden om wapeningsgaas aan de kering te plaatsen, kunnen over een aantal jaren verspreid worden.

Vraag 3: is het college bereid deze preventieve maatregelen op grote schaal uit te voeren?

Ramona Bleyie

Fractie Partij voor de Dieren

2.2 Bestuursvraag, 22 augustus 2015, gemaal Oostvliet, Hof en Spekpolder

Inleiding: het nieuwe gemaal dat gerealiseerd wordt in de polder, omdat het gemaal Oostvliet, Hof en Spekpolder vanwege de Rijnlandroute niet op de huidige locatie kan blijven zou aan alle Rijnlandse eisen voldoen. Zal dit nieuwe gemaal dan ook visvriendelijk/vispasseerbaar gemaakt worden conform de afspraken die gemaakt zijn?

Ramona Bleyie

Fractievoorzitter PvdD

2.3 Bestuursvraag, 29 augustus 2015, Participatiewet

Inleiding: in het Excel bestand Scenario’s WBP5 staat onder het kopje ‘Inzet op maatschappelijke verantwoordelijkheid’ dat in het kader van de Participatiewet 1.4 Fte (mensen met een beperking) per jaar zullen worden aangenomen. De kosten hiervoor bedragen volgens Rijnland 100.000 euro per jaar. Op grond van de Participatiewet kan Rijnland mensen in dienst nemen op basis van loonkostensubsidie. Loonkostensubsidie is vastgelegd in artikel 10d van de Participatiewet. Rijnland wordt door middel van loonkostensubsidie gecompenseerd voor het verlies aan productiviteit van de werknemer. De werknemer verdient het wettelijk minimumloon of caoloon van de werkgever. De loonkostensubsidie die de werkgever ontvangt is het verschil tussen het wettelijk minimumloon en de loonwaarde, vermeerderd met een vergoeding voor de werkgeverslasten.

Vraag: waar is die 100.000 euro per jaar dan op gebaseerd, gezien bovenstaande informatie? Hoe zijn deze kosten berekend?

Ramona Bleyie

Fractievoorzitter PvdD

2.4 Bestuursvragen, 28 september 2015, inzet drones diervriendelijk muskusrattenbeheer

Inleiding: het waterschap Vallei en Veluwe zet drones in om watergangen en natuurgebieden te inspecteren. Volgens de dijkgraaf van het waterschap Vallei en Veluwe kunnen waterschappen op deze manier veel sneller en goedkoper werken. Wij zouden graag zien dat gekeken wordt naar de mogelijkheden (of hier onderzoek naar te doen) om drones in te zetten voor een diervriendelijke aanpak voor schade van muskusratten. Eventueel zouden preventieve maatregelen genomen kunnen worden. Indien sprake is van ontdekking van burchten, dan zou Rijnland meteen actie kunnen ondernemen. Graafschade zou dan onmiddellijk gerepareerd kunnen worden voordat daadwerkelijk schade aangericht wordt.

Ramona Bleyie

Fractievoorzitter PvdD

2.5 Bestuursvragen, 28 september 2015, loodverlies door sportvissers

Inleiding: Deltares heeft in opdracht van Rijkswaterstaat een onderzoek ingesteld naar emissie van lood door de sportvisserij in Nederland. Het betreft hier een emissie t.g.v. het verlies van vislood door de sportvisserij in zoete en zoute wateren. De resultaten van dit onderzoek staan vermeld in het Deltares rapport van mei 2015.

De bepaling van emissie van lood door de sportvisserij verloopt anders dan de bepaling van de emissies uit andere diffuse bronnen, waar emissies meestal worden bepaald als product van een emissieverklarende variabele en een emissiefactor. De berekeningswijze voor de emissie van vislood in zoete en zoute wateren kan opgedeeld worden in drie stappen:

1. Voor zowel zoet als zout water is de jaarlijkse belasting van het oppervlakte water met vislood geschat.

2. Het vislood komt in vaste fase op de bodem van het oppervlakte water terecht en slechts een deel hiervan corrodeert en komt in oplossing in de waterkolom. Hiertoe is de belasting van vislood omgerekend naar de emissie van lood met behulp van de corrosiesnelheid en een aantal representatieve en zoveel mogelijk realistische aannames voor andere parameters.

3. Het omrekenen van de jaarlijkse loodbelastingen en emissies tot een cumulatief effect: elk jaar komt er opnieuw vislood in het water terecht, maar daarnaast corrodeert er ook nog vislood uit de voorgaande jaren.

Op zoet water is een totaal loodverlies van 54 ton per jaar ingeschat en op zout water is dat 470 ton!

Naar aanleiding van deze schrikbarende cijfers hebben wij bestuursvragen gesteld. Deze hebben wij hieronder weergegeven. De antwoorden van het college plaatsen wij zo spoedig mogelijk.

Bestuursvragen:

Vraag 1. Is het college op de hoogte van het Deltares rapport dat in mei 2015 is verschenen inzake onderzoek naar de emissies van lood door sportvisserij en dat deze emissies geschat worden op 54 ton per jaar voor zoet water en 470 ton voor zout water per jaar?

Vraag 2. Zo ja, heeft het college een plan van aanpak voor deze ernstige verontreiniging? Zo nee, waarom is het college niet op de hoogte van deze ernstige situatie?

Vraag 3. Is het college gezien de ernst van de situatie bereid prioriteit te geven aan deze kwestie? Dit gezien de doelen van de KRW (lood valt onder de prioritaire stoffen van de KRW, Richtlijn 2013/39/EU, CAS nummer: 7439-92-1 en EU nummer: 231-100-4) en vanwege het feit dat vissen (en andere dieren) het lood binnenkrijgen.

Bron: http://www.emissieregistratie.nl/erpubliek/documenten/Water/Factsheets/Nederlands/Gebruik%20van%20lood%20door%20de%20sportvisserij%20Zoet%20en%20Zout.pdf

Ramona Bleyie

Fractievoorzitter PvdD

2.6 Bestuursvraag, 24 december 2015, organofosforverbinding

Inleiding: op de website van Nu.nl staat een artikel waarin is te lezen dat het middel organofosforverbinding een veel voorkomend pesticide is. In dit artikel staat ook dat een verband bestaat tussen het gebruik van dit pesticide en een verminderde longfunctie bij kinderen. In het verleden is al aangetoond dat blootstelling bij volwassenen soortgelijke effecten heeft, maar dit is de eerste studie waarbij gekeken werd naar kinderen.

Een link naar het artikel vindt u hier: http://www.nu.nl/gezondheid/4176930/verband-tussen-gebruik-pesticide-en-verminderde-longfunctie-bij-kinderen.html

Vragen: is bekend wat dit middel is? Wordt het ook in de Bollenstreek of Boskoop gebruikt en komt het in het water terecht?

Ramona Bleyie

Fractievoorzitter PvdD

Hoofdstuk 3 Project Schoon Water

Schoon water is voor iedereen belangrijk, maar dan zal ook iedereen zich in moeten spannen om schoon water te krijgen en te houden. Om dat te realiseren gaan Judith Boomsma, Joke Stoop van Natuurterreinen en ik, volgende maand gesprekken voeren met de mensen die het Project 'Schoon water voor Brabant' zijn gestart. Het mooie van dit project is, dat zowel bedrijven als agrariërs als gemeenten als burgers hierin participeren. Het is een stimuleringsproject om het grond- en oppervlaktewater schoon te houden. Er is een website ontwikkeld waar alle deelnemers aan het project informatie kunnen vinden wat voor hen van belang is en om hen van advies te dienen.

Inmiddels zijn de hoogheemraden eveneens enthousiast geworden om dit project binnen Rijnland te realiseren, maar de ambtenaar die het project op zou pakken is voor langere tijd niet beschikbaar wegens ziekte. Voor vervanging zal nog gezorgd moeten worden. Indien afspraken gemaakt gaan worden voor de opstart dan zien wij toe op een uitvoering die passend is binnen de doelstellingen van de Partij voor de Dieren.

Hoofdstuk 4 Kaderrichtlijn Water

KRW-uitspraak van het Europese Hof van Justitie d.d. 1 juli 2015, C-461/13

November 2015

Deze uitspraak lijkt te betekenen dat we als waterbeheerder meer verplichtingen hebben om de waterkwaliteit te verbeteren, zowel bij door ons te nemen maatregelen als bij vergunningverlening dan tot nu toe werd aangenomen.

Er zijn een aantal voorlopige conclusies getrokken, namelijk:

Niet elke verslechtering van een kwaliteitselement is in strijd met de KRW, maar als er één element, (bijvoorbeeld een stof zoals zink) in klasse achteruit gaat (bijvoorbeeld van goed naar niet goed, hier zijn parameters voor), dan is dit wel strijdig met de KRW. Nederland ging hier tot dusver soepeler mee om.
Als een kwaliteitselement in de slechtste toestand verkeert, is elke achteruitgang verboden.
De KRW geeft niet alleen verplichtingen aan waterbeheerders voor plannen en programma’s, maar ook bij het uitvoeren van maatregelen en bij vergunningverlening e.d.
Er moet bij het toetsen van maatregelen en vergunningen niet alleen worden gekeken naar de situatie op dit moment, maar ook naar de mogelijkheden voor het waterlichaam om aan het eind van de KRW-termijnen de goede toestand te bereiken (de materie blijft complex).
De Nederlandse wet- en regelgeving lijkt in strijd met de KRW.
De waterbeheerders (Rijk en waterschappen) moeten wellicht aanzienlijk grotere inspanningen gaan leveren om aan de KRW te voldoen (w.o. monitoring). Niet uitgesloten wordt dat dit bestuurlijke consequenties kan hebben en dat het verstandig is dit daarom bij de besturen onder de aandacht te brengen.

UvW-acties:

zorgen voor een voorstel aan het dagelijks bestuur en/of de commissies van de Unie (inmiddels geagendeerd voor de DB-vergadering van 27 november 2015);
het ligt in het voornemen om als UvW tijdens een van de komende vergaderingen van deStuurgroep Water aan de Minister van I en M te vragen stellen over de mogelijke gebreken inde Nederlandse wet- en regelgeving;
Naar aanleiding hiervan zal de Unie waarschijnlijk een ledenbrief opstellen om de waterschappen te informeren.

Acties aanwezige waterschappers:

hun besturen informeren;
nadere berichten van de UvW afwachten in verband met politieke gevoeligheden.

Vanuit het oogpunt van de Kaderrichtlijn Water en vanuit oogpunt van de Partij voor de Dieren hebben Judith Boomsma en Ramona Bleyie onze bijdrage aan het WBP5 volledig afgestemd op een goede toestand van het water, met oog voor natuur, milieu en dierenwelzijn. Zie hiervoor het kopje over het WBP5.

Hoofdstuk 5 Muskusratten

Op woensdag 1 juli 2015 is Ramona Bleyie bij het muskusrattenoverleg geweest in Amsterdam. Tijdens dit overleg zijn de volgende onderwerpen ter sprake gekomen:

Bespreking van het verslag van onze vorige vergadering op 20 februari
Mededelingen en ingekomen stukken (zie ook bijlage en eerdere mails over een onderzoeksstage bij de Unie van Waterschappen).
De actuele situatie rond de muskusrattenbestrijding en de veldproef. Is het nog steeds de verwachting dat er pas begin volgend jaar onderzoeksresultaten zijn, op grond waarvan wij kunnen gaan pleiten voor onze alternatieve plannen?
Beoordeling van de uitslagen van de waterschapsverkiezingen (zie bijlage) en de mogelijkheden om de muskusrattenproblematiek aan de orde te stellen. Dat laatste kan pas goed nadat de resultaten van de veldproef bekend zijn. Veel nieuwe waterschaps-bestuursleden zijn vermoedelijk nog niet goed op de hoogte van deze problematiek en onze ideeën. Willen wij hen hierover al informeren tijdens hun inwerkperiode en hoe gaan we dat doen? Proberen we zoveel mogelijk van hen te benaderen of doen we dat gericht? In welke waterschappen hebben we de beste kansen voor initiatieven van onze kant? Is al bekend of er dagelijks bestuurders zijn in waterschappen, liefst met de muskusrattenbestrijding in hun portefeuille, die mogelijk willen meewerken aan de ontwikkeling van onze alternatieven voor de huidige bestrijding?

Verder heeft Ramona Bleyie in haar commissie Veiligheid en Gezond water verzocht om een werkbezoek te organiseren naar de muskusrattenbestrijders. Inmiddels is dit werkbezoek geweest en hebben de deelnemers een hoop informatie gekregen over deze manier van werken. Helaas zijn wij genoodzaakt te wachten op de uitkomsten van de veldproef, omdat de kosten voor het aanbrengen van wapeningsgaas op de keringen kennelijk te duur zijn volgens het DB. Zie kopje bestuursvragen.

Hoofdstuk 6 WBP 5

De tekst van onze bijdrage voor het Waterbeheerplan 5 vindt u hieronder.

“De fractie Partij voor de Dieren kan zich grotendeels vinden in de door D&H voorgestelde aanpak.

Wij zijn blij met de aandacht voor de Kaderrichtlijn Water. We staan achter de aanpak van nieuwe vreemde stoffen in de waterketen en steunen de wens om meer in te zetten op communicatie, om mensen waterbewust te maken.

Wij betreuren echter dat de discussie over het WPB5 geld gedreven lijkt. De maatregelentabel, vorige week goed toegelicht door de ambtenaren, benadert het WPB5 vanuit de maatregelen. Kiezen voor een bepaalde maatregel heeft een bepaald effect op de gestelde doelen, en leidt tot een hoger of lager tarief en schuldenlast. Zeer transparant gemaakt, maar leidt deze exercitie tot het juiste gesprek hier aan tafel? Want, wat zíjn onze doelen dan? En, op wélke manier willen wij die doelen bereiken? De maatregelen in de tabel zeggen niets over de manier waaróp de doelen gerealiseerd worden.

De PvdD mist in het WPB5 aandacht voor dierenwelzijn. Wij zien graag een doortastende houding, om doelen op een andere, diervriendelijkere manier, te realiseren. De houding van Rijnland hierin is afwachtend richting andere Waterschappen. Wij zien graag een actievere rol voor Rijnland weg gelegd waar het gaat om eventueel preventief en/of diervriendelijker aanpak inzake muskus- en beverratten.

Ook vragen wij ons af wat Rijnland bedoelt met “Wij zorgen ervoor dat de waterpeilen kloppen”.

Het WPB4 gaat uit van een integrale aanpak bij peilbesluiten, waarbij functies, waterkwaliteit, ecologie en kosten tegen elkaar worden afgewogen. In het WPB5 vinden wij deze integrale afweging helaas niet terug, enkel dat het peilbesluit bij de huidige functies moet passen, en dat de belangen van gebruikers worden afgewogen. Dit gaat uit van een stand-still situatie, terwijl ons doel juist moet zijn om tot verbetering van de waterkwaliteit te komen. De PvdD ziet graag dat in de afweging ook een meer "natuurlijk" waterpeilverloop, dat noodzakelijk is om tot ecologisch herstel van het water te komen, wordt meegenomen.

De PvdD is blij met het voorstel van een extra zuiveringstrap in de waterketen. Wij missen hierbij echter een onderbouwing van de manier waarop het waterbeheer gefinancierd wordt, en zouden graag een onderbouwing conform het principe ‘de vervuiler en gebruiker betaalt’ zien.

Daarnaast vinden wij het ook belangrijk dat emissies van vreemde stoffen bij de bron wordt aangepakt.

Wij zouden wij graag zien dat het project ‘Schoon water voor Rijnland’ zijn doorgang vindt, zodat wij burgers, agrariërs, bedrijven en gemeenten kunnen betrekken bij het schoonhouden van oppervlakte- en grondwater door middel van en met behulp van dit project. De communicatie naar de burgers toe verloopt dan via de website en krantenartikelen waarin wij nieuws rond het project vermelden.”