Baggeren bij lage tempe­ratuur


23 maart 2010

Baggeren bij lage temperaturen

De Verenigde Vergadering verzoekt het bestuur van het Hoogheemraadschap van Rijnland af te zien van baggeren bij een watertemperatuur lager dan 10o C.
Wanneer baggeren om uiterst dringende redenen toch noodzakelijk is dan worden vissen en amfibieën van te voren gevangen zodat zij na het baggeren weer teruggezet kunnen worden.


Toelichting.
Deze winter vonden bij zeer lage temperaturen (in de buurt van het vriespunt) baggerwerkzaamheden plaats in het beheersgebied van Rijnland. In de betrokken watergang kwam de Kleine Modderkruiper voor (volgens de Gedragscode van de Flora en Faunawet een betrekkelijk zeldzame soort, tabel 2) en mogelijk de bittervoorn (volgens de Gedragscode een Europees zeldzame of bedreigde soort, tabel 3). Alle vissen en amfibieën zijn bij lage temperatuur in winterrust en uiterst inactief, en worden door baggerwerkzaamheden met de dood bedreigd. De Partij voor de Dieren heeft samen met de Christen Unie vragen aan het bestuur gesteld. In de Verenigde Vergadering van 2 februari 2010 bleek dat ook Water Natuurlijk met dezelfde vragen kampte. Het antwoord van het bestuur kwam zeer snel, en is als bijlage aangehecht. Volgens de letter van de Gedragscode heeft Rijnland zich aan de code gehouden. Dat is zeer te prijzen. Maar …. daarmee worden geen dieren beschermd, die door de lage temperatuur inactief zijn. En toch is de Gedragscode bedoeld om, met name betrekkelijke zeldzame en zeldzame soorten, te beschermen. In feite geeft de Gedragscode een schijnbare bescherming, door als actie 25% van de watergang dan niet te baggeren. Hierdoor wordt de populatie weliswaar beschermd, maar sterven vele dieren, die door de lage temperatuur het baggerwerktuig niet kunnen ontwijken.

Citaat uit de Gedragscode (onderstreping door opstellers van de motie):
Op plaatsen waar juridisch zwaarder beschermde soorten (tabel 2,3 van hoofdstuk 5) worden verwacht, stemt het waterschap de datum van de werkzaamheden en de methode af op de instandhouding van deze soorten. Naar volgorde van voorkeur vinden de werkzaamheden in de volgende periodes plaats:
- baggerwerkzaamheden worden in beginsel uitgevoerd in de periode van 15 juli tot 1 november, met een voorkeur voor de maanden september en oktober. Dit is de periode tussen de voortplanting en de winterrust van vissen en amfibieën. Bovendien hebben in deze periode vrijwel alle water- en
oeverplanten zaad gezet. In de maanden november-december kan nog worden gebaggerd zo lang de winterrust van vissen en amfibieën nog niet is ingetreden, dat wil zeggen, zolang de watertemperatuur boven de 10° C blijft;
- in tweede instantie kan slechts gebaggerd worden tussen 1 juni en 15 juli en na het intreden van de winterrust (tussen 1 november en 15 maart), mits de werkzaamheden op kleinere schaal gefaseerd plaatsvinden. Dat wil zeggen als ook lokaal zo veel leefgebied wordt gespaard (minimaal 25%), als nodig is om de functies van het leefgebied van te beschermen soort(en) te kunnen behouden. Door fijnmaziger te werken kunnen te beschermen soorten vluchten, dan wel de gebaggerde delen opnieuw
bevolken.


Status

Voor

Tegen

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer