Bioma­ni­pu­latie (discussie met Water Natuurlijk)


9 december 2009

Reactie op inspreker (VV 9 december 2009) Hans Spruijt (bestuur Water Natuurlijk)

Deze reactie schreef ik voor onze collega's van Water Natuurlijk na de "inspraak" van hun bestuurslid in de VV van Rijnland. Het is ook gebruikt als inleiding bij een discussie van Water Natuurlijk bestuursleden en Hoogheemraden met Sportvisserij Nederland, waar ik samen met collega-ecoloog Harry Hosper (RWS Waterdienst) als expert was uitgenodigd.

In het verhaal van de heer Spruijt over Actief Biologisch Beheer (of Biomanipulatie) zijn enige slordigheden geslopen. Daar wil ik op reageren, met daarnaast enige informatie over wat Actief Biologisch Beheer is en wat het kan betekenen voor het herstel van meren.

Uit de notulen van 9 december 2009:
'Geen enkel ABB-experiment heeft aangetoond dat dit tot duurzame resultaten leidt en hij kent geen enkele wetenschapper die ABB zou adviseren. Daarom zet hij vraagtekens bij de experts die volgens Rijnland deze methode adviseren'.
De heer Spruijt is niet echt thuis in de wetenschappelijke wereld en - literatuur. Het Platform Ecologisch Herstel Meren en Plassen telt 215 leden. Ecologen bij waterschappen, universiteiten, adviesbureaus, etc. Daar wordt open en eerlijk en op wetenschappelijke manier over allerlei maatregelen gesproken m.b.t. het herstel van meren, dus ook over actief biologisch beheer en de randvoorwaarden waaronder deze maatregel gebruikt kan worden. Ik kan U verzekeren dat fervente tegenstanders van biomanipulatie zeer in de minderheid zijn. Daarnaast bestaat er een grote hoeveelheid wetenschappelijke artikelen en rapporten over zowel geslaagde als niet-geslaagde biomanipulaties in binnen- en buitenland, en de randvoorwaarden waarom ze slaagden c.q. mislukten. Op 2 februari 2010 is er een symposium over alternatieve stabiele toestanden, ter ere van Prof. Marten Scheffer (WUR), die voor zijn onderzoek ernaar de Spinoza prijs heeft gekregen. Biomanipulatie komt daar vanzelfsprekend aan de orde, en zeker niet alleen in negatieve zin. Er zijn vele experts in Nederland, die deskundig kunnen adviseren wanneer biomanipulatie zinvol is en wanneer niet.

Aanvulling 25 maart 2010.

Op 25 maart 2010 vroeg ik tijdens een vergadering van het Platform Ecologisch Herstel Meren en Plassen welke ecologen voor biomanipulatie waren, onder de restrictie dat aan de randvoorwaarden was voldaan. De foto geeft een duidelijk antwoord. De weinige handen die niet omhoog gingen waren voornamelijk die van ecologen werkzaam bij Sportvisserij Nederland, waar overigens ook de heer Spruijt werkzaam is. SVN, als belangenbehartiger van hengelaars is een fervent tegenstander van biomanipulatie.

Wat is Actief Biologisch Beheer?

Om dat te kunnen uitleggen wil ik eerst schetsen hoe het in een ondiep meer toegaat bij eutrofiëring, en wat er gebeurt als we een meer willen herstellen van die eutrofiëring door de fosfaatbelasting te verminderen.

Figuur 1. Eutrofiëring, de weg heen.Uitgezet zijn de chlorofylconcentratie op de y-as tegen de fosfaatbelasting op de x-as. De tekeningen geven een kwalitatief beeld van de hoeveelheid algen, watervlooien, waterplanten en vissen.

Wanneer een voedselarm meer belast wordt met fosfaat en stikstof vermeerderen de waterplanten. Dat wordt positief ervaren. Toch is het een indicatie van mogelijke toekomstige verdere eutrofiëring. Doordat planten de extra toegevoerde nutriënten opnemen nemen algen slechts enigszins toe. Het water blijft helder. Watervlooien nemen toe vanwege de grotere hoeveelheid algen, en vanwege de schuilplaatsen die de waterplanten hen bieden tegen vispredatie. Op hun beurt eten watervlooien weer algen; ook daardoor blijft het water helder. Vissen nemen toe door het vergrote aanbod aan voedsel (watervlooien). Planten groeien door bij nog hogere belasting maar zelfbeschaduwing neemt dan toe en daardoor vermindert hun groei. Doordat nutriënten minder door waterplanten worden opgenomen krijgen algen hun kans. Het water vertroebelt daardoor en waterplanten verdwijnen door gebrek aan licht. In veel gevallen treedt een opeenvolging van algensoorten op die eindigt in een voortdurende dominantie van blauwalgen. Er bestaat een kritische belasting, waarbij het systeem ‘omslaat’. We zijn dan vanuit een voedselarme situatie terechtgekomen in een voedselrijke (eutrofe) toestand. Het hele ecosysteem is hierdoor veranderd. Geen helder water meer, geen waterplanten, volledige overheersing door algen en bepaalde vissoorten (vooral brasem).

Figuur 2. De moeizame 'weg terug'. Rode lijn komt uit Figuur 1. De groene lijn geeft aan wat er met de chlorofyl concentratie (Y-as) gebeurt bij vermindering van de fosforbelasting (X-as). De tekenigingen geven een kwalitatief beeld van algen, watervlooien, waterplanten en vissen.

Het is dan ook niet te verwachten dat wanneer de fosforbelasting verlaagd wordt dezelfde weg terug bewandeld zal worden (Figuur 2). Integendeel, de dominant geworden brasem houdt door opwoelen van de bodem om voedsel te zoeken het water troebel; de blauwwieren blijken ook nog eens uiterst efficiënt met fosfor om te kunnen gaan. Dat kan daarnaast nog heel lang uit het sediment worden nageleverd. Waterplanten krijgen dus vanwege de voortdurende troebelheid geen kans. Het zal heel lang duren (denk in tientallen jaren) voordat het aantal vissen en algen zodanig verminderd is dat waterplanten weer gaan groeien. Pas dan krijgt het ecosysteem de kans zich te herstellen. Hoewel algen natuurlijk de belangrijkste oorzaak zijn van het troebele water is er na de jarenlange eutrofe toestand ook dood materiaal ontstaan dat maar langzaam mineraliseert of op een andere manier uit het systeem verdwijnt. Ook hierbij kunnen planten een rol spelen. Het dode slib bezinkt, balt samen tussen de plantenwortels, en de wind krijgt minder invloed op het slib. Mede daardoor kan het water ook weer helder worden.

Wat gebeurt er nu bij een correct uitgevoerde biomanipulatie?

Figuur 3. Het effect van een aanvullende maatregel. In dit geval biomanipulatie, waarbij op een bepaald moment alle vis wordt weggevangen. Links de situatie zoals die zou zijn met alleen fosfaat-reductie. Rechts de situatie met biomanipulatie. Het water wordt helder bij een hogere fosfor belasting

Het linkerplaatje is hetzelfde als Figuur 2. Bij bepaalde fosfaatbelastingen zijn er twee ‘alternatieve stabiele toestanden’ mogelijk. Eén met helder water en waterplanten, en één met troebel water en algenbloei. Als we op een gegeven moment de hoeveelheid brasem drastisch verminderen, worden watervlooien minder gegeten door vis nemen zeer sterk in aantallen toe, waarbij ze algen ‘grazen’. Daardoor wordt het water helder en kunnen hogere waterplanten gaan groeien, waarbij zij weer het fosfaat opslaan. Dat is dan niet meer voor algengroei beschikbaar. Helder water als resultaat dus. En bij de juiste randvoorwaarden duurzaam!
Tekst en figuren staan in:
Van Liere, L. & D.A. Jonkers, 2002. Watertypegerichte normstelling voor nutriënten in oppervlaktewater. RIVM rapport 703715005/2002.

De Partij voor de Dieren, is geen voorstander van biomanipulatie. In het partijprogramma voor de waterschappen staat dat de mens de verantwoording voor de overbemesting van het oppervlaktewater moet nemen en die bemesting zeer sterk moet reduceren om herstel te bewerkstelligen. Ik ben het daar roerend mee eens. Maar het betekent ook dat we vele generaties van vissen langzaam uithongeren, dat brengt ook lijden met zich mee. Wanneer we de vissen op visvriendelijke wijze vangen en uitzetten in ander water, bijvoorbeeld in de boezem, waar nog langdurig voldoende voedsel aanwezig zal zijn, hebben we een redelijk goedkope en efficiënte manier om prioritaire waterlichamen te laten voldoen aan de Kaderrichtlijn Water. Overigens staat dit ook in ons partijprogramma. Citaat: 'Biologisch beheer mag alleen worden toegepast als het effectief is en er een diervriendelijke bestemming is voor de weggevangen dieren.

Waarom mislukte de biomanipulatie in Klein Vogelenzang (Reeuwijkse Plassen)?
Daar zijn drie redenen voor. Na de eerste afvissing van brasem (april 1989) was er in het volgende jaar toch een stevige blauwalgenbloei. De interne belasting (nalevering van fosfaat door sediment) was toch hoger dan was ingeschat. In december 1989 volgde een tweede afvissing. De daarop volgende zomer werd het water helder, veel minder algen en veel watervlooien. Om intrek van brasem uit aanliggende meren te voorkomen was Klein Vogelenzang afgesloten van de rest van de plassen met netten, en later sluisdeuren. Deze afsluitingen werden herhaaldelijk en veelvuldig gesaboteerd. En als vis ergens op af komt is het voedsel. In Klein Vogelenzang werden in 1990 zowel weldoorvoede als ‘hongerige ‘ vissen aangetroffen. Als derde: het slib in Klein Vogelenzang is uiterst licht en woelt snel op. Uit de wetenschappelijke literatuur is bekend dat biomanipulatie slechts dan slaagt wanneer hogere waterplanten zich snel na de afvissing vestigen, en dat was niet goed mogelijk bij het lichte slib van Klein Vogelenzang. De heer Spruijt was duidelijk niet op de hoogte van deze feiten.
U kunt dit het volledige artikel nalezen in:
Van der Vlugt, J.C., P.A. Walker, J. van der Does, & A.J.P. Raat, 1992. Fisheries management as an additional lake restoration measure: biomanipulation scaling-up problems. Published in: L. van Liere & R.D. Gulati (eds), Restoration and recovery of shallow lake ecosystems in the Netherlands. Hydrobiologia 233, 213-224.
Noot: Jo van der Vlugt was VV-lid van Rijnland en Joop van der Does was hoofd waterkwantiteit- en kwaliteit van Rijnland

Maatwerk bij herstel van eutrofiëring van meren en plassen is: uitgaan van de karakteristieken van het systeem; een mix van maatregelen om de Goede Ecologische Toestand te bereiken, waarbij nutriënten reductie een uitgangspunt is. Biomanipulatie kan wanneer de omstandigheden dat toelaten een goede en relatief goedkope aanvullende maatregel zijn.

Lowie van Liere
Partij voor de Dieren in Rijnland
In een vorig leven projectleider, in opdracht van de Europese Unie, van een internationaal project naar herstel van aquatische ecosystemen door actief biologisch beheer. De resultaten zijn te lezen in: Giussani, G., L. van Liere & B. Moss (1991) Ecosystem Research in Freshwater Environment Recovery. Mem. Ist. Ital. Idrobiol. 48: 1-362.


PS
Deze kon ik niet laten

p.4. inspraak Spruijt laatste zin
'U kunt op een brede steun uit de samenleving rekenen als u de vis als bewoner van de biotoop waarvoor U verantwoordelijk bent, in bescherming neemt'.
De vis in bescherming nemen? Dan moet je hengelen ontmoedigen!

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer