Muskus­rat­ten­be­strijding, beter 10 in de sloot dan 1 in de dijk


30 april 2009

Beter tien in de sloot, dan één in de dijk!

Hoe waterschappen de muskusrattenbestrijding kunnen overnemen:

Door de nieuwe Waterwet zal de verantwoordelijkheid voor de muskusrattenbestrijding worden overgedragen aan de waterschappen. De Partij voor de Dieren vindt dat er een eind
moet komen aan de huidige bestrijding van muskusratten.

De rationale van de huidige bestrijding is als volgt:
· Muskusratten graven in dijken
· Graverij van muskusratten verlaagd veiligheid van de dijken
· Meer muskusratten, geeft meer graverij in dijken
· Meer graverij in dijken, geeft minder veiligheid
· Meer muskusrattenbestrijders, geeft minder muskusratten
· Dus: meer muskusrattenbestrijders is meer veiligheid!

Met de logica is niets mis, maar de conclusie geldt alleen als alle aannames waar zijn. Daar is niet veel van gebleken tijdens het onderzoek in het kader van de nut en noodzaak
discussie. Hoewel muskusratten in dijken graven en daarmee inderdaad een effect op de faalkans van de waterkering kunnen hebben, kon er van de overige aannames weinig worden
aangetoond.

De Partij voor de Dieren signaleert de volgende problemen bij de huidige muskusrattenbestrijding:
1. Het effect van de muskusrattenbestrijding op de veiligheid is onduidelijk. "Geconcludeerd kan worden dat geen eenduidige relatie tussen het aantal vangsten en de afname van de
veiligheid van een waterkering kan worden aangetoond op basis van de beschikbare gegevens,” aldus DHV.
2. De huidige muskusrattenbestrijding meet niet het aantal graverijen of nesten van muskusratten, maar telt het aantal gedode dieren.i Een verband tussen het aantal gedode
dieren en de veiligheid is niet aangetoond. Echter, het doel van de bestrijding is veiligheid van de dijken. De prestatie-indicator ‘gevangen muskusratten’ geeft geen beeld van het
aantal muskusratten dat overblijft of het veiligheidsniveau.ii
3. De doelstelling van de muskusrattenbestrijding (muskusratten vangen) komt niet overeen met de bestuurlijke doelstelling (veiligheid). Door de smalle focus heeft de dienst, op straffe van opheffing, er belang bij het probleem in stand te houden.
4. De muskusrattenbestrijding is erg duur, het kost momenteel circa 31 miljoen belastinggeld per jaar.
5. De muskusrattenbestrijding werkt met verdrinkingsvallen en klemmen. Het eerste type brengt in principe veel meer dierenleed met zich mee dan de klemmen.

Alternatief

De Partij voor de Dieren neemt veiligheid zeer serieus. Muskusrattengraverij van kritieke grootte moet worden voorkomen. De huidige wijze van bestrijding is daartoe niet adequaat.
De Partij voor de Dieren stelt voor om de muskusrattenbestrijding om te vormen naar een minder diervijandige, effectieve dienst die de veiligheid van de dijken als enige doel heeft.
Daarbij is de Partij voor de Dieren tegen het doden van gezonde dieren, tenzij alternatieven niet voldoende effect op de veiligheid hebben behaald en bestrijding op locatie dat effect wel kan beloven. Wij hebben daartoe de volgende aanbevelingen:
1. Breng de bestrijdingsorganisatie onder bij de afdeling die verantwoordelijk is voor het veilig houden van waterkeringen. Muskusratbestrijding is hierbij, naast andere
methodieken, het uiterste middel, niet het doel.
2. Richt de operationele besturing van die afdeling in op veiligheid in de meest brede zin: beoordeel de effectiviteit van de activiteiten aan de hand van kritische prestatieindicatoren
die rechtstreeks gerelateerd zijn aan veiligheid, zoals het aantal aangetroffen kritieke bouwen of het aantal km veilige dijken.
3. Maak nieuwe of vernieuwde waterkeringen muskusratbestendig. Het is immers vreemd dat er dijken gemaakt worden waarbij wordt verondersteld dat er geen muskusratten zijn,
of dat zij geen effect hebben. Voor het muskusratproof maken van waterkeringen zijn diverse technieken beschikbaar: peilbeheer, beschermen van de dijklichamen (beton,
basalt, doek, gaas), flauwe taluds, verleggen van de teensloot, ‘overdimensionering’ etc.
Dit zijn eenmalige kosten en ze voorkomen structurele kosten.iii
4. Breng de risicolocaties in kaart en intensiveer de controle op de veiligheid op kritieke locaties.iv Zet de muskusrattenbestrijding alleen in op de die locaties waar op korte
termijn geen dijkverbetering mogelijk is. Zo wordt voorkomen dat de arbeidsintensieve en kostbare bestrijding ingezet wordt op locaties waar geen veiligheidsrisico is.
5. Stop met verdrinkingsvallen. Deze zijn overbodig geworden zodra er alleen bestreden wordt op risicolocaties. Hier is het gebruik van de klemval effectiever.
6. Herstel graverijen direct nadat ze worden aangetroffen. Momenteel wordt muskusrattengraverij niet hersteld, maar er wordt een klem in het gegraven hol gezet om
meer muskusratten te kunnen vangen. Bij dit dilemma tussen het doel om meer dieren te doden en het doel om de veiligheid te realiseren moet zonder meer gekozen worden voor
de veiligheid.
7. Blijf als waterschap bij de kerntaak. Actief beleid ter voorkoming van eventuele landbouwschade, bijvoorbeeld als gevolg van activiteiten van muskusratten in sloten,
behoort daar niet toe.v Het waterschap kan daarin haar verantwoordelijkheid nemen binnen haar beleid gericht op veilige waterkeringen, goede waterkwantiteit en goede
waterkwaliteit.

Leiden, Haarlem 30 april 2009,
D.M. de Vos, fractievoorzitter Partij voor de Dieren Hoogheemraadschap Rijnland
E. van Liere, commissielid en beleidsondersteuner Partij voor de Dieren Hoogheemraadschap Rijnland
A.E. van Liere, beleidsmedewerker en commissielid Partij voor de Dieren Provincie Noord-
Holland

Noten:
i De landelijke coördinatie muskusrattenbestrijding hanteert voor de vangst een vrij willekeurige norm van 0,25 ratten per uur, dus 1 vangst per 4 uur. Daarmee zou de populatie ‘onder controle’ zijn. De dienst wil dit nog verlagen naar uiteindelijk 1 vangst per 10 uur. Door deze op inspanning gebaseerde wijze van besturen is het verleidelijk om naar de gewenste uitkomst toe te werken.
ii Het aantal gevangen dieren hoeft geen relatie te hebben met het totaal aantal dieren van de Nederlandse populatie. Een deel van de muskusratten dat jaarlijks in de vallen wordt gedood,
zou toch wel zijn gestorven door natuurlijke oorzaken: kou, ziektes, honger of predatie door roofdieren als vos, marter en bunzing. Bovendien worden er voornamelijk (trekkende) mannetjes gedood. Het vangen van mannetjes zal in de volgende generatie niet voor minder dieren zorgen. Ook neemt de predatiefactor en besmettingskans voor ziekten af en zullen de overlevende muskusratten zich beter kunnen handhaven en voortplanten. Zo kan het wegvangen van individuele muskusratten snel worden gecompenseerd en is het netto effect nul.
iii Het is het onderzoeken waard in hoeverre risicovolle locaties met een relatief hoge dichtheid van muskusratten verschillen van vergelijkbare risicovolle locaties zonder (veel)
muskusratten. Het is belangrijk om los van de bestrijdingsintensiteit te weten of er factoren zijn, zoals de relatie tot de oevervegetatie, die de voorkeur verklaren. Uit Amerikaanse
observaties blijkt bijvoorbeeld dat muskusratten veel minder graven als er lisdoddes zijn, waarmee ze drijvende holen kunnen bouwen. Opheldering over de veroorzakende factoren
voor de verspreiding van muskusratten biedt een stuurmogelijkheid om de omgeving nabij belangrijke waterkeringen minder aantrekkelijk voor muskusratten te maken.
iv Door maatregelen uit het verleden tegen golfslag of door overdimensionering zijn veel waterkeringen al muskusratproof. Meten is weten en met een goede kaart voor risicolocaties kunnen middelen effectiever worden ingezet.
v Overigens is de geschatte schade veroorzaakt door muskusratten volgens het LEI 1,5-4 miljoen per jaar. Dat is een fractie van de kosten van de huidige vlakdekkende bestrijding.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer