Algemene Beschou­wingen bij de begroting 2015


5 november 2014

Voorzitter,

De Partij voor de Dieren stemt in met de Programmabegroting 2015. Die ziet er goed uit, en Rijnland levert daarmee een evenwichtig product af.

Toch een stevige kanttekening waarbij ik wat verder wil kijken dan de Programmabegroting 2015 alleen.

Aan waterkwaliteit wordt amper 10% van de Watersysteemheffing uitgegeven. Dat mag voor ons best wat meer zijn. Water en Waterkwaliteit bepalen in hoge mate de kwaliteit van onze leefomgeving. Die is van essentieel belang voor het dierenwelzijn onder water, en voor die dieren die van dat waterleven afhankelijk zijn.

Het lijkt wel alsof de vele vissen in ons voedselrijke water een gunstig teken zijn, maar hun conditie is zonder meer beroerd (lengte/gewicht relatie). Ook veel watervogels, weidevogels en zelfs zangvogels zouden ook beter af zijn met een goede waterkwaliteit. Hun voedsel is sterk water gerelateerd. Kleine waterdieren (macrofauna) nemen ernstig in aantallen af vanwege hoge overschrijdingen van bestrijdingsmiddelen.

Een hogere waterschapsbelasting voor een betere waterkwaliteit kunnen wij daarom zonder meer aan onze kiezers uitleggen. Wat wij niet kunnen uitleggen is de kostentoedeling. Een groot deel van de Watersysteemheffing wordt uitgegeven aan maatregelen in het landelijk gebied.

De ingezetenen (burgers) betalen 50%, Gebouwd (industrie) 43,5% en Ongebouwd (boeren) slechts 6,4%. Natuur heeft dan nog een bijdrage van 0,1%, laag, maar ons insziens terecht, want ook Natuur is van groot belang voor onze leefomgeving.

In de WVO en de Waterwet wordt voor emissies het principe DE VERVUILER BETAALT gehanteerd. Dat zou ook zo moeten zijn bij de Watersysteemheffing. De GEBRUIKER /VERVUILER betaalt.

MAAR, al zou de landbouw de hele watersysteemheffing betalen, dan nog is het probleem van de vervuiling niet opgelost. Want aangaande de belasting van het oppervlaktewater met nutriënten en bestrijdingsmiddelen is de landbouw ook nog eens koploper vervuiling. Een paar getallen:

Allereerst het mestoverschot.

In 2012 produceerde de landbouw 79 miljard kg mest, dat is 139.000 kg PER MINUUT. Getallen waarbij je niets kunt voorstellen. Maar ik probeer het: 72 Olympische zwembaden per dag. Dat komt voor het grootste deel op het land terecht, natuurlijk veel te veel voor het gewas om te kunnen opnemen.

Dan het fosfaatoverschot. (Fosfaat is een stof die in mest zit. Mest wordt op de bodem gebracht, een deel van het fosfaat wordt opgenomen en afgevoerd met de oogst. Wat er aan fosfaat overblijft noemen we het fosfaatoverschot. Via uit- en afspoeling komt een groot deel daarvan in het grond- en oppervlaktewater terecht). In 2012 bedroeg het fosfaatoverschot 18 miljoen kg. Ook al weer zo'n onvoorstelbaar hoog getal. 4,6 miljoen kg was de belasting van het oppervlaktewater via uit- en afspoeling dat jaar. Daar groeien dan weer algen en kroos op, zodat wat chemische samenstelling betreft veel wateren lijken op - excusez le mot - verdunde poep. En de laatste 2 jaar is het fosfaatoverschot ook nog eens met 20% gestegen.

Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft de maatschappelijke schade van het stikstofgebruik (ook een stof, die in mest zit) in de landbouw berekend. Dat is tussen1 en 6 miljard Euro per jaar voor water, lucht, gezondheid, drinkwater en klimaat. Voor water alleen is dat € 0,3 -1,0 miljard. De maatschappelijke baten van een het goed mestbeleid zijn gemiddeld hoger dan de kosten. Alleen hebben we geen goed mestbeleid!

Het waterschap kan helaas weinig doen om het tij te keren, behalve het handhaven op correct aanwenden en het maken van afspraken met de sector. Dat levert lokaal vast wel wat op, maar is onvoldoende voor integrale waterkwaliteitsverbetering. Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer heeft tot nu toe weinig opgeleverd en lijkt meer een praatgroep dan een actiegroep.

De belasting met nutriënten door industrie, consumenten en waterzuivering zijn vanaf 1970 door de WVO voortvarend aangepakt en met succes. Zij betaalden dat zelf, direct of via belastingen. De waterkwaliteit verbeterde! Vanaf 1985 was er mestwetregelgeving, maar al gauw bleek die voor het oppervlaktewater weinig op te leveren. De belasting door de landbouw bleef hoog en veranderde nauwelijks meer. Momenteel is het aandeel van de landbouw hoger dan 60% en bij ongewijzigd beleid wordt dat 75% (2027). En voor de Europese Nitraatrichtlijn vragen we gewoon derogatie (een soort ontheffing): mag er ietsje meer mest bij?

Als we de Kaderrichtlijn Water echt serieus willen nemen moet er wat gebeuren. Het is onaanvaardbaar dat de instanties die verantwoordelijk zijn voor de waterkwaliteit, weinig of geen bevoegdheden hebben met betrekking tot de belasting van het oppervlaktewater. Of het toelatingsbeleid van gifstoffen. Of de functietoewijzing.

Dat vraagt om een heel ander type Waterschap. Laten we zeggen: een Groot Waterschap dat deze bevoegdheden wel heeft. Van zo’n Groot Waterschap dromen wij als Partij voor de Dieren in Rijnland.

Ik eindig met de beroemde woorden van John Lennon.

You may say I'm a dreamer

But I'm not the only one

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer