Algemene beschou­wingen 2014


21 juni 2014

Bijdrage Partij voor de Dieren Algemene beschouwingen begroting 2013 en meerjarenplanning.

Dit zijn de laatste algemene beschouwingen voor de aanstaande verkiezingen.

Onze beschouwing heeft dan ook iets van een terugblik en een wensenlijstje. We maken de balans op van positieve en negatieve ontwikkelingen voor dieren, natuur en milieu – de speerpunten van de Partij voor de Dieren.

Wat hebben we bereikt? Niet alleen onze partij, maar de hele VV. Gelukkig zijn er meer partijen die zich realiseren dat alles kwetsbaar is, bescherming nodig heeft tegen exploitatie en verwaarlozing.

Ik loop een aantal punten langs. Ik zal het niet hebben over veenweidedaling, microplastics, het meststoffenbeleid of de Kader Richtlijn Water. Nee, maak mijn zeer gewaarde college Lowie van Liere of mijzelf midden in de nacht wakker en fluister “Rijnland”, en grote kans dat we dan “muskusrat” mompelen, of “imidacloprid", "vismigratie". Dat zijn drie van de grote thema’s waar we ons mee bezighouden en –hielden.

Allereerst de vispassages.

Steeds meer sluizen en gemalen worden vispasseerbaar of visvriendelijk. Daar vonden Sportvisserij Nederland en de Partij voor de Dieren elkaar, zij het vanuit een totaal ander belang. Wij zijn er voor de vissen, niet voor de vissers. We zijn niet voor maatregelen om het martelen van spartelende vissen te bevorderen.

Maar wat vroeger iedere keer door ons naar voren gebracht moest worden is nu een uitgangspunt van Rijnland geworden: ‘Bij renovatie, vervanging en vernieuwing zal gebruik gemaakt worden van visvriendelijke pompen en vijzels. Boezemgemalen worden zoveel als mogelijk tweezijdig passeerbaar gemaakt. Inmiddels is 30% visvriendelijk; voor 2015 is er nog eens 15% gepland. Rijnland, ga zo door.

Rapportcijfer: een 9.

Dan de bestrijdingsmiddelen.

Imidacloprid, pirimifos-methyl, fenaminos, omethoaat, carbendazim. Hoe poëtischer de naam, hoe schadelijker het middel, lijkt het wel. Vanaf ons aantreden, jaar in, jaar uit, hebben we op de schadelijke effecten gewezen voor het milieu en de gezondheid.

De actie Bezemkast rond Boskoop was succesvol. Telers leverden vrijwillig hun gif in.

In het persbericht van 3 juni 2013 roept Rijnland consumenten en landbouwondernemers bovendien op om de middelen met terughoudendheid te gebruiken en ervoor te zorgen dat ze in geen enkel geval in het oppervlaktewater terechtkomen.

Echter, precies 1 jaar en 1 dag later bleek dat Rijnland kennelijk een roepende in de woestijn is.

Oevers in de Haarlemmermeer en in Nieuwkoop doodgespoten met bestrijdingsmiddelen. Een aantal hardnekkige overtreders verpest het voor de rest. Rijnland wijdde er zelfs een tweede persbericht aan dat ze nu echt, echt, gaan controleren. Graag met spoed. Het is onverantwoordelijk gedrag en in onze ogen een milieumisdaad.

Rapportcijfer: een 4. Dikke onvoldoende maar nog wel op te halen.

Last but not least. Muskusratten

Er is in 2013 een Nota Muskusratten verschenen. Ondanks alle mooie woorden daarin is het lot van de muskusrat nog niet wezenlijk verbeterd. “Doden” blijft het doel en ook de verdrinkingsval is er nog steeds! Er zijn 2 lichtpuntjes: er is een veldproef gestart om de populatie-ontwikkeling te kunnen volgen. Verder is Rijnland het eerste waterschap dat met een pilot preventieve maatregen begonnen is, goed dat we daar een steentje aan bij hebben kunnen dragen. De eerste resultaten daarvan zouden medio 2014 bekend zijn.

Rapportcijfer: een 3,5 voor de moeite om de pilot te starten.

Ten slotte de Kostentoedeling.

Op 30 april 2014 namen we het besluit om de verhouding gebouwd-ongebouwd versus ingezetenen op 50%-50% vast te stellen. Wij stelden toen dat hiermee burgers in feite meebetalen aan de kosten die gemaakt worden voor boeren. Dit is een zoveelste overheidssubsidie van de agrarische sector.

December 2012 heeft ook locodijkgraaf Guus Beugelink van Stichtse Rijnlanden, namens Water Natuurlijk, al gewezen op de volgende punten:

  • De verhouding tussen betaling aan het waterschap in relatie tot het werk wat het waterschap 
daarvoor levert in resp. het landelijk en het stedelijk gebied ligt nu al heel erg scheef;
  • De agrarische sector wordt substantieel ontzien bij de invoering van de Kader Richtlijn 
Water;
  • De agrariër vervuilt aantoonbaar meer dan waarvoor hij via de waterschapslasten wordt 
aangeslagen.
  • De Waterschapslasten zijn bedrijfskosten en dus fiscaal aftrekbaar.

Hij heeft vervolgens een berekening gemaakt die er neerkomt dat het Stedelijk Gebied bijna 2 x meer dan te ‘toerekenbare’ kosten betaalt. De kosten voor het Landelijk Gebied zijn bijna 4 x hoger dan wat ze betalen. Dat zal ook een van de punten van ons nieuwe verkiezingsprogramma zijn.

Met deze opmerkingen kunnen we het eens zijn met de begroting en het Meerjarenperspectief.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer