Bestrijden van muskusratten zet geen zoden aan de dijk

Dat was een staaltje onvervalst populisme, van VVD-leider Marc Rutte, bij de start van de campagne voor de waterschapsverkiezingen. Geen cent te veel naar die dure waterschappen al helemaal niet voor de bescherming van die verachtelijke muskusrat. Weg met de milieufanatici! Zou Rutte de Partij voor de Dieren bedoeld hebben, de enige partij die het opneemt voor de muskusrat? Het is een grote eer om zo serieus genomen te worden door een gerenommeerd politicus, die doorgaans best verstandige dingen naar voren brengt. Een weerwoord.

De muskusrat komt oorspronkelijk uit Amerika. De anekdote wil dat een Tjechische graaf 30 dieren losliet op zijn landgoed als jachtwild. Helaas kon de graaf niet zo goed schieten, zodat het aantal na 10 jaar was opgelopen tot 2 miljoen. In werkelijkheid is het dier op diverse plaatsen in Europa losgelaten door failliete bontfokkers. want het dier wordt gehouden om zijn mooie vacht. Uiterlijk lijkt bij daardoor meer op een bever dan op een rat en ook zijn gedrag is meer beverachtig. Hij is ook verre familie van de zwarte en bruine rat. Biologisch gezien horen tot de woelmuizen en die kennen we in Nederland ook.
De muskusrat heeft zijn naam niet mee. Je kunt het woord muskusrat bijna niet anders uitspreken dan met een verachtelijk vertrokken gezicht. In België staat het dier om die reden als waterkonijn op het menu. De Groningse afdeling van de Partij voor de Dieren heeft daarom een wedstrijd uitgeroepen om een andere naam voor het dier te bedenken. Want het is een mooi dier: slim, zoals de meeste knaagdieren en met een mooie glanzende pels. Om die reden wordt hij gehouden om zijn bont.

In 1941 is de muskusrat in Nederlands aangetroffen. In ons waterrijke land voelt de muskusrat zich prima thuis, maar helaas ondermijnt letterlijk en figuurlijk de Nederlandse dijken. Sinds 1951 wordt de muskusrat wettelijk geëxcommuniceerd en is er een heuse dienst met maar 1 kerntaak: bestrijden van de muskusrat. Elk jaar vinden enkele honderdduizenden dieren de dood op een akelige manier: meestal door verdrinkingsvallen.

De Partij voor de Dieren vindt daarom dat er een eind moet komen aan de huidige bestrijding. Dat is een van de speerpunten in het verkiezingsprogramma voor de Waterschapsverkiezingen. De argumenten op een rijtje.

Het is geen definitieve oplossing. Nederland is geen eiland, zoals Engeland en Schotland, waar de muskusrat in 1937 is uitgeroeid. In Duitsland en België en de rest van Europa wordt het dier niet systematisch betreden, zodat er altijd aanwas zal blijven vanuit de omringende landen.

Meer vangen leidt op den duur tot meer muskusratten. De bestrijding kan zelfs averechts werken: de populatie muskusratten past zich dan aan door meer worpen per jaar en meer jongen per worp te produceren. Bij het wegvangen hebben vrouwtjes die zwanger worden in het jaar dat ze geboren worden grotere overlevingskansen, waardoor de populatie zich ontwikkelt in de richting van een steeds snellere reproductiecyclus. Het is dan dweilen met de kraan open.


1. Het effect van de muskusrattenbestrijding is onduidelijk.
Vreemd genoeg telt de muskusrattenbestrijding niet het aantal graverijen of nesten van muskusratten, maar het aantal gevangen dieren. Een verband tussen het aantal gevangen dieren en de veiligheid is niet aangetoond.
De meeste muskusratten zitten niet bij de dijken maar in boerensloten, waar de veiligheid niet in gevaar is. Er is nog nooit een dijk doorgebroken als gevolg van schade door muskusratten, ook niet in de periode dat de bestrijding veel minder intensief was. Meer muskusratten leiden niet tot (veel meer) graverijen. Meer muskusratten leiden niet tot evenredig meer graverijen. Ze graven niet voor de lol, maar om een nestruimte te maken. Zodra die er is, wordt het gegraaf minder of stopt het. Als je echt zou willen meten hoe het meer de veiligheid zit, zou ik verwachten dat het aantal graverijen in een dijk wordt geteld, of het aantal nestholen.
Het effect wordt verder vertroebeld doordat andere factoren die de populatie beïnvloeden niet worden meegewogen. Een deel van de muskusratten jaarlijks in de vallen wordt gedood, zou toch wel zijn gestorven door natuurlijke oorzaken: kou, ziektes, honger of predatie door roofdieren als vos, marter en bunzing.
Verder zijn er nog vragen te over: als alle graverijen gevaarlijk zijn voor de veiligheid, waarom worden ze dan niet snel na de ontdekking, maar pas bij regulier onderhoud gerepareerd?
En: waarom controleren we dan de dijken niet met het doel alle graverijen en andere beschadigingen zo snel mogelijk te verhelpen?

2. De focus is te smal
Het aantal gevangen dieren hoeft geen relatie te hebben met het totaal aantal dieren in Nederland. De landelijke coordinatie muskusrattenbestrijding hanteert een vrij willekeurige norm van 0,25 ratten per uur, dus 1 vangst per 4 uur. Daarmee zou de populatie ‘onder controle’ zijn. De dienst wil dit nog verlagen naar uiteindelijk 1 vangst per 10 uur.
Het streven is namelijk om zo min mogelijk dieren te vangen. Die ‘target’ haal je natuurlijk altijd: het is verleidelijk om naar de gewenste uitkomst toe te werken.
Echter, zonder definitieve oplossing zal er altijd een dienst muskusrattenbestrijding nodig zijn.
De Dienst Muskusrattenbestrijding heeft maar 1 doel: muskusratten bestrijden. Hier worden middel en doel met elkaar verward. Maar het doel zou moeten zijn: Nederland veilig houden.
Door de smalle focus heeft de dienst, op straffe van opheffing, er belang bij het probleem in stand te houden.

3. De gekozen dodingmethode is onnodig wreed.
Een muskusrat is een waterdier dat lang onder water kan blijven. Het duurt lang voor een dier verdronken is. Beter zijn daarom vallen waarmee het dier in een klap gedood wordt. Het woord veiligheid slaat alle discussie over het lot van de muskusrat dood. Daardoor zijn er nu pas, na bijna 60 jaar, experimenten met gecombineerde verdrinkings- en klapvallen. In al die jaren heeft niemand zich het lot van de muskusratten aangetrokken. Een proefdier wordt beter behandeld dan een muskusrat

4. De muskusrattenbestrijding kost circa 31 miljoen per jaar. Zonder beleidswijziging komt dit bedrag elkaar jaar terug. Over 30 jaar hebben we 1 miljard euro in het water gegooid. Een deel van dit geld kan beter worden aangewend voor definitieve en meer diervriendelijke oplossingen. De veiligheid van Nederland kan op een andere manier worden opgelost, namelijk door preventie en onmiddellijk schadeherstel. Versterkte dijkbewaking van de meest kwetsbare delen, aanleggen van flauwe oevers waar muskusratten niet van houden en de rest aan de natuur overlaten. Grote kans dat de populatie zich, na een aanvankelijke groei, stabiliseert op een natuurlijk evenwicht.

De winst van de democratisering van de waterschapverkiezingen is nu dat er een kans is om bij alle belangen van de waterschappen, zoals veiligheid en schoon water, ook het belang van dier, natuur en milieu mee te laten wegen. Zijn dit dan taken voor een waterschap? Moet die zich niet aan de kerntaken houden? Dat zou het geval zijn als we meerdere waterschappen hadden waaruit de burger kan kiezen. Het waterschap heeft een monopolie op droge voeten en schoon water. Ik kan immers wél kiezen voor een duurzame bank of voor een supermarkt met biologische melk, maar niet uit verschillende waterschappen. Democratisch toezicht, of dit nu door de provincie of zoals nu door de waterschappen gebeurt, is dus nodig om andere belangen te laten meewegen. Zoals die van de dieren, die als levende wezens recht hebben op respect en bescherming. Tegelijk staat het dier symbool voor veel grotere waarden. Dieren horen immers niet in een circus of in de bio-industrie, maar in hun natuurlijke omgeving. Belangenbehartiging van dieren betekent daarom ook zorgen voor natuur, het milieu, het ecosysteem, en via een vleesloos dieet ook bijdragen aan vermindering van broeikassen en het wereldvoedselprobleem.

Dick de Vos
Hoogheemraadschap van Rijnland